Studieprogramma HBO-bachelor Opleiding tot leraar Basisonderwijs (PABO)

Fase 1 (60 EC)

Fase 160 EC

In fase 1 leg je een brede basis. Je maakt kennis met het vakgebied en ontwikkelt de kennis en vaardigheden die je nodig hebt voor de rest van je opleiding.

10 ECLeren en lesgeven

Het hoofddoel van de module is je kennis meegeven op het gebied van basis onderwijskundige theorieën zodat je de verdere opleiding vanuit de juiste kennisbasis kan redeneren.

10 ECLeefwerelden van kinderen

Het hoofddoel van de module is dat de leraar door de kennis die hij opdoet in deze modules, de pedagogische keuzes die hij maakt in zijn verdere (school)loopbaan van een theoretisch kader kan voorzien en zo kan onderbouwen.

5 ECRekenen - Eigen vaardigheid

Het doel van deze module is je rekenkundige kennis op voldoende niveau krijgen, zodat je ver boven de leerstof van de basisschool staat. Deze mate van begrip en overzicht van de stof is noodzakelijk voor het juist overbrengen van rekenvaardigheden op je toekomstige leerlingen. Het benodigde rekenniveau is vastgelegd in de zogeheten ‘Kennisbasis Rekenen voor de Pabo’.

5 ECAlgemene beroepsoriëntatie

Deze module verkent het werkveld van de professional. Er is aandacht voor beroepscompetenties, beroepscodes, persoonlijke profilering, projectmatig samenwerken en ethische en bedrijfskundige aspecten van organisaties.

5 ECEffectief communiceren

Deze module gaat in op mondelinge en schriftelijke communicatie binnen een interculturele context. Er is aandacht voor correct formuleren, tekstbegrip, samenvatten en het effectief overbrengen van informatie.

5 ECTaalkunde I

Je integreert en past de opgedane kennis en vaardigheden van de tot nu toe gevolgde modules toe bij de uitwerking van de stageopdracht.

5 ECDoorlopende leerlijnen

Het hoofddoel van de module is het ontwikkelen van een kritische houding ten opzichte van de eisen die gesteld worden aan de scholen door de overheid (het WAT) en hoe de school het WAT uitwerkt in de praktijk (het HOE en WAARTOE). Je maakt kennis met de vertaling van wet- en regelgeving naar de doorlopende leerlijnen en de uitwerking van lessen.

5 ECOnderzoeksvaardigheden in het onderwijs

Je verwerft de onderzoeksvaardigheden die nodig zijn om de kernactiviteiten van de cyclus voor praktijkonderzoek in de hoofdfase en afstudeerfase zelfstandig te kunnen doorlopen.

Tijdens de module krijg je inzicht in de wijze waarop praktijkonderzoek in de school kan bijdragen aan het beantwoorden van vragen die de onderwijspraktijk oproept. Er wordt ingezoomd op de specifieke kenmerken van de school als onderzoeksomgeving.

10 ECPraktijk I - PABO

Het hoofddoel van de module is je actief kennis te laten maken met de beroepstaken van de leraar basisonderwijs die betrekking hebben op het primaire proces, zodat hij in staat is op basis van deze praktijkervaring een antwoord te geven op de vraag ‘Wat voor leraar wil ik zijn?’

Fase 2 (140 EC)

Fase 2140 EC

In fase 2 verdiep en verbreed je je kennis. Je gaat verder met de belangrijkste onderwerpen binnen je vakgebied en past wat je leert steeds meer toe in de praktijk.

10 ECVakoverstijgende didactiek en vakdidactiek

Het hoofddoel van de module is het aanbrengen van basisvaardigheden, kennis en inzicht op het gebied van vakdidactiek en vakoverstijgende didactiek, om lessen te kunnen ontwerpen met onderbouwde (vak)didactische keuzes. Aan de orde komen vakdidactische modellen en principes (uit de kennisbases voor de pabo) en vakoverstijgende didactische modellen, principes en werkvormen (zoals EDI, Onderzoekend en ontwerpend leren, Coöperatief leren, Spelend leren, Digitale didactiek).

5 ECBetekenisvol onderwijs ontwerpen

Het hoofddoel van de module is het aanleren van basisvaardigheden, kennis en inzicht op het gebied van het typeren, selecteren en (her)ontwerpen van leeractiviteiten en onderwijsproducten voor vakgericht en vakoverstijgend binnenschools, buitenschools of online leren aan de hand van de componenten van het curriculaire spinnenweb (basisvisie, leerdoelen, leerinhoud, leeractiviteiten, docentenrollen, bronnen en materialen, groeperingsvormen, leeromgeving, tijd, toetsing) (Van den Akker, 2009) waarbij hij inspeelt op de actualiteit; de leefwereld van kinderen, ontwikkelingen in de samenleving en verband legt met verschillende leerplanniveaus en landelijke beleidskaders.

5 ECRekenen en wiskunde II

Het hoofddoel van de module is dat de leraar een op EDI (expliciete directe instructie) gebaseerde rekenles ontwikkelt die past bij de fase van rekenontwikkeling van de leerlingen (hoofdfasemodel) en met behulp van het drieslag- en handelingsmodel individuele leerlingen begeleidt naar een volgend ontwikkelingsniveau, om zo elke leerling te kunnen begeleiden tijdens de rekenles.

5 ECGroepsdynamica, orde houden en leerlingmotivatie

De module Groepsdynamica, orde houden en leerlingmotivatie is geschikt voor personen die in hun werk te maken krijgen met groepen. De module is geschikt voor personen die basiskennis hebben van pedagogiek en de ontwikkeling van kinderen. De module richt zich op de groepsprocessen en groepsdynamiek die in een klas of groep een rol spelen. De module geeft de persoon of professional handvatten bij het houden van de orde binnen een klas of groep. De module richt zich op kennis van motivatie en geeft handvatten in hoe deze bevorderd kan worden door de persoon of professional.

5 ECEvalueren en toetsen

Het hoofddoel van de module Evalueren en toetsen is het aanbrengen van basiskennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van toetsing in het basisonderwijs. Je doet kennis en vaardigheden op het gebied van het waarom, wat, wanneer, wie, waarmee en hoe van toetsen, het omgaan met toetsresultaten voor het eigen onderwijs, het terugkoppelen van de resultaten aan leerlingen door middel van feedback en het bevorderen van zelfreflectie en zelfregulerend leren. Tot slot is er ook aandacht voor continue voortgangsevaluatie.

5 ECTaal II

Het hoofddoel van de module is het opbouwen van een theoretische kennisbasis van de taaldomeinen (woordenschat, beginnende geletterdheid, taalbeschouwing, spelling, mondelinge taalvaardigheid (taalverwerving)) en het ontwerpen, selecteren en herontwerpen van lessen taalonderwijs.

5 ECLeerontwikkeling, leerproblemen en differentiatie

Het hoofddoel van de module is de leraar in opleiding op een systematische wijze te laten anticiperen op verschillen in leerontwikkeling van kinderen. Dit doet hij door te werken vanuit de methodiek van handelingsgericht werken (HGW) en vandaaruit aan te sluiten op de onderwijsbehoeften van het kind. Je ontwikkelt een kennisbasis met betrekking tot leerontwikkeling om in gevallen waarin dat nodig is, de best passende interventies te kunnen kiezen.

20 ECPraktijk II - PABO

Het hoofddoel van de module is je door verdiepende praktijkervaringen te laten ervaren hoe het is leraar te zijn, teneinde de vraag te kunnen beantwoorden: wat voor leraar wil ik zijn?

5 ECHandschriftonderwijs en schrifteducatie

Het hoofddoel van de module is je betekenisvol handschriftonderwijs te laten voorbereiden en geven aan leerlingen in alle stadia van schrijfonderwijs. Daarbij ben je je bewust van het ‘nut en de noodzaak’ van het handschriftonderwijs. Ook is de leraar zélf bekwaam in het methodisch handschrift en heeft de leraar een efficiënt lerarenhandschrift.

5 ECTaal III

Het hoofddoel van de module is het opbouwen van een theoretische kennisbasis van de vakinhoud en vakdidactiek van de taaldomeinen beginnende geletterdheid, voortgezet technisch lezen, begrijpend lezen, stellen en jeugdliteratuur, en deze taaldomeinen kunnen inzetten bij het ontwerpen van lessen.

5 ECGedrag en variatie in gedragsontwikkeling

Het hoofddoel van de module is om je handvatten te bieden voor hoe je in je dagelijkse praktijk in de klas kunt inspelen op de onderwijsbehoeften van diverse kinderen, zowel mét als zonder diagnose van een gedragsstoornis. Als leraar word je gestimuleerd om (ook) op kleine schaal de begeleiding van een kind af te stemmen.

5 ECKunsteducatie

Je kunt je vakinhoudelijke kennis en specifieke vakdidactiek van de vakken beeldende vorming, dans & drama en muziek aantonen aan de hand van zelfontworpen lessen, die de leerlingen aanzetten tot het ontwikkelen van expressief talent op het gebied van de drie kunstvakken. Je bezit voldoende kennis en kunde om leerlingen van groep 1 tot en met groep 8 te kunnen begeleiden bij passende activiteiten op het gebied van een van de drie kunstvakken.

5 ECBewegingsonderwijs

Het hoofddoel van de module is dat je na deze module in staat bent zelfstandig bewegingsonderwijs te verzorgen voor groep 1 en 2 van de basisschool en tijdens buitenschoolse sport- en spelactiviteiten de leerlingen van alle groepen zelfstandig kunt begeleiden bij deze activiteiten.

5 ECOnderwijs afstemmen op het jongere en oudere kind

Je leert hoe het onderwijs afgestemd kan worden op de ontwikkeling van kinderen, rekening houdend met de veranderende ontwikkelingskenmerken en onderwijsbehoeften van kinderen bij het doorlopen van de basisschool. Je bent in staat om de ontwikkeling in beeld te brengen en op basis hiervan passende pedagogische en didactische keuzes te maken die aansluiten bij de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van het jonge kind (4-6 jaar), leerling in de middenbouw (7-10 jaar) en leerling in de bovenbouw (11-12 jaar) en kan de impact van deze keuzes op het leerproces evalueren en bijsturen. Hierbij ligt het accent in deze module op de reken- en taalontwikkeling.

10 ECZaakvakken

In deze module maak je je de inhoud van zaakvakken op de basisschool eigen. De kern van de module is zowel feitenkennis die hoort bij de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek en geestelijke stromingen als de plaatsing van de feiten in de context en deze op die manier kunnen presenteren.

10 ECAlgemeen Engels B2

Na het afronden van de module en het behalen van het examen ben je in staat om te communiceren op ERK-niveau B2 in een algemene context.

5 ECCultuur en religie

Globalisering, migratie en het ontstaan van de multiculturele samenleving, hebben ertoe geleid dat we regelmatig privé of op de werkvloer in situaties terechtkomen waarin we moeten kunnen omgaan met culturele verschillen. Migratie zorgt ervoor dat samenlevingen in beweging zijn. Er komen nieuwe mensen bij, er gaan andere mensen weg. De samenstelling van de bevolking is dus niet statisch. Migratie zorgt ook voor kennismaking met nieuwe gebruiken, normen en waarden. Mensen met diverse culturele achtergronden komen met elkaar in contact. Wij nemen gebruiken van andere culturen over. Zo is een patatje pindasaus een mengeling van Nederlandse en Indonesische invloeden. Ook zie je in andere culturen elementen uit onze cultuur terug. Denk maar aan de fiets naar het werk pakken. Bij het contact tussen twee of meer culturen ontstaat vaak nieuwe cultuur. We proberen nieuwe dingen, we vinden andere zaken belangrijk dan voorheen en we gebruiken nieuwe woorden om ons uit te drukken. Toch zijn er ook verschillen: wat de een belangrijk vindt, kan de ander helemaal niet belangrijk vinden. Waar de een stellig in gelooft is voor de ander nog niet zo zeker. En waar de een iets heel normaal vindt, kijkt de ander daar toch even raar van op.

Als (aankomend) docent is het belangrijk om verbinding met en tussen je leerlingen te bewerkstelligen. Elkaar begrijpen, met elkaar kunnen communiceren en elkaar respecteren zijn hierin sleutelvaardigheden. Dit kan soms een uitdaging zijn wanneer je in gesprek gaat met leerlingen of collega’s die een andere culturele en religieuze achtergrond hebben. Hoe maak je bijvoorbeeld seksualiteit bespreekbaar in de klas? Wat doe je als een leerling zich fel extreemrechts uitlaat tegenover een andere leerling? En hoe reageer je als een collega je in de kantine kritisch bevraagt over je klaspraktijken? Je antwoorden op deze en andere vragen hangen deels af van je eigen opvoeding en culturele achtergrond. Welke antwoorden kun je van je leerlingen en collega’s verwachten? Ook dit hangt maar net af van de context en klassamenstelling waarin je werkzaam bent.

In deze module leer je hoe mensen met verschillende culturele achtergronden effectief en succesvol met elkaar kunnen communiceren. In grote lijnen komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Begrippen en communicatie over cultuurverschillen en -overeenkomsten.
  • Culturele verschillen en opvoedingsstijlen.
  • Wereldreligies in Nederland.
  • De docent en de multiculturele samenleving.

De leeruitkomst van deze module kan op verschillende manieren bereikt worden, namelijk via het doorlopen van de leerweg of door het inbrengen van werkervaring. Je hebt de mogelijkheid om een of meer beroepsproducten te gebruiken om aan te tonen dat je de moduleleeruitkomst en onderliggende indicatoren beheerst, bijvoorbeeld door het overleggen van een groepsplan en andere gespreksverslagen die aan de eisen voldoen.

Je hebt dus twee mogelijkheden om deze module af te ronden:

  • Optie 1: je volgt de leerweg en rondt de module af met de praktijkopdrachten.
  • Optie 2: je rondt de module af met de 'Inbreng beroepsproduct(en)' (inbreng van werkervaring).
10 ECSamenwerking in en rond de school

De leraar leert welke medewerkers binnen de school en welke organisaties/professionals buiten de school deel uitmaken van het netwerk rondom een leerling. Hij krijgt inzicht wie je op welk moment op welke manier moet betrekken als de ontwikkeling van het kind op leren of gedrag of op het gebied van veiligheid spaak dreigt te lopen. Hij ontwikkelt hierbij communicatieve vaardigheden en leert het schoolbeleid intensief kennen. Hij ontdekt eveneens op welke manier hij een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de school.

5 ECDe normatieve professional en ethiek

Deze module zet je aan het denken over hoe je denken en handelen en het systeem waar je deel van uitmaakt van invloed is op de ontwikkeling van het kind en hoe onderliggende normen en waarden daarin een rol spelen. Je krijgt zicht op het (normatieve) denkkader dat bepalend is voor waar je als professional voor staat en hoe je dit kunt ontwikkelen.

5 ECVakprofilering

Je profileert je in één van de profieldelen binnen de vakdomeinen OJW of Kunsteducatie. Je doet dit door een praktijkonderzoek (inclusief een literatuurstudie) uit te voeren dat resulteert in een lessenserie of lesproject. Je oefent je informatie- en samenwerkingsvaardigheden door in gesprek te gaan met deskundigen, lesmethoden te bestuderen, een bezoek af te leggen op een school, enz. Je doorloopt daarbij de zes kernactiviteiten van de cyclus van praktijkonderzoek. De innovatiecyclus wordt niet doorlopen. Je hoeft het ontwerpproduct niet in de beroepspraktijk uit te testen.

5 ECInternationalisering - Een praktijkonderzoek

De leraar in opleiding ontwikkelt een internationale visie op een praktijkprobleem. Waar mogelijk deelt hij zijn eigen kennis en werkt hij samen met buitenlandse partners of buitenlanddeskundigen.

Fase 3 (30 EC)

Fase 330 EC

In fase 3 bouw je verder aan je professionele kennis en vaardigheden. Afhankelijk van je opleiding kies je een specialisatie die past bij jouw interesses en ambities.

20 ECPraktijk III - Lio PABO

Deze module vindt volledig plaats in de onderwijspraktijk. Je benut de mogelijkheden van de stageschool als leeromgeving om te kunnen groeien naar het startbekwaamheidsniveau. Je zult daarbij zelf voor een groot deel de leerroute bepalen, waarbij je op de stageschool begeleid zult worden door een stagementor. Je zult de meest voorkomende beroepstaken van de leraar in toenemende mate zelfstandig uit gaan voeren. Je ontwikkelt je tot een volwaardige collega in de school. Gedurende de lio-stage bepaal je zelf op welke aspecten van je professionele ontwikkeling de focus moet komen te liggen. Je versterkt de bekwaamheden die meer aandacht behoeven en benut je kwaliteiten. Uiteraard baseer je je hierbij op de feedback van collega's, leerlingen en de stagementor.

Deze module bevat een aantal examens. Niet alle examens hoeven gedaan te worden om de module af te ronden:

  • Je brengt een beroepsopdracht in.
  • Je doorloopt alle stappen van de module met bijbehorende afronding.
10 ECAfstudeeropdracht Lerarenopleiding

De belangrijkste doelstellingen bij het uitvoeren van het praktijkonderzoek van de Lerarenopleiding zijn:

  • (Nader) kennismaken met de praktische beroepsuitoefening en het (toekomstige) beroep.
  • Het in praktijk brengen van theoretische kennis.
  • (Verder) ontwikkelen van een correcte beroepshouding.
  • Aantonen dat je aan het eind van de studie beschikt over theoretische kennis op voldoende niveau.
  • Aantonen dat je verbanden kunt leggen tussen praktijksituaties of -problemen en de verworven kennis.
  • Aantonen dat je zelfstandig een les kunt geven die inhoudelijk en qua niveau voldoet aan de gedefinieerde eindtermen.
  • (Verder) ontwikkelen van sociale en communicatieve vaardigheden onder meer door samenwerking in groepsverband.
  • Aantonen dat je over voldoende praktische kennis beschikt met betrekking tot de administratieve aspecten van het beroep.

Daarnaast dien je tijdens uitvoering van de Afstudeeropdracht HBO Lerarenopleiding de volgende bekwaamheden te ontwikkelen:

  • Resultaatgerichtheid, in termen van een proactieve en conatieve instelling, het nemen en onderkennen van risico’s en verantwoordelijkheid en het tonen van initiatief.
  • Communicatieve vaardigheden, in termen van omgang met leerlingen en mededocenten.
  • Zelfkennis, in termen van kennis over de eigen sterke en zwakke persoonlijkheidsaspecten en hoe deze het functioneren beïnvloeden.
  • Zelfregulatie, in termen van het kunnen sturen van het eigen gedrag, oriënteren, plannen, bewaken, toetsen en evalueren.
  • Reflectie, in termen van reflectie ter plaatse en in actie leidt tot inzicht in praktijksituaties die uniek, complex, diffuus of conflictueus zijn.